werkwoorden

Onderstaande toets bestaat uit 34 vragen, met uitgebreide feedback. De toets wordt afgewisseld door aanwijzingen.

werkwoordsspelling: 34 vragen

categorie 2

1. De jarenlang door hem (bekleden) functie is komen te vervallen
2. De zwaar (belasten) medewerkers kregen een extraatje.
3. (Verkorten) opleidingsvarianten stellen hoge eisen aan de deelnemers.
4. Zo'n zwaar (beladen) aanhangwagen is een gevaar op de weg.
5. Sommige groenten groeien slecht op vers (bemesten) grond.
6. Ik weet dat hij ......... van de natuur belangrijk vindt.
7. Dat heeft hij ......... ingeschat.

 

categorie 3

8. (Vermoeden) je broer wie dat gedaan heeft?
9. Zo'n kind (houden) je wel bezig.

 

kenmerk: je is in deze gevallen te vervangen door jou (2e zin) of jouw (1e zin)

categorie 4

10. (Vinden) jij dat soort muziek leuk?
11. (Vermijden) je drukke plaatsen?
12. Misschien (houden) je van dat soort films?

 

kenmerk: je is in deze gevallen te vervangen door jij (en komt na de persoonsvorm)

Het verschil tussen de categorieën 3 en 4 komt natuurlijk veel voor in toetsen!

categorie 5

Een zin kan één gezegde hebben (een ‘enkelvoudige zin’) of meer dan één (een ‘samengestelde zin’). Zo’n samengestelde zin bestaat uit twee (of meer) zinnetjes die aan elkaar zijn gevoegd.

Je moet bij een samengestelde zin dan eerst analyseren welke werkwoorden bij elkaar horen, dus welke gezegdes er zijn.

De volgende stap is dat je kijkt welke functies de werkwoordsvormen hebben in het gezegde: persoonsvorm, voltooid deelwoord of infinitief (= het hele werkwoord).

13. Ik heb vernomen dat die plant tot de beschermde soorten behoort. Deze zin bevat
14. Je kunt helaas niet uitsluiten, dat zoiets (gebeuren).
15. Hij zei dat hij dat al eerder had (vertellen).
16. Het is vreemd dat hij dat niet (vermelden) heeft.
17. Zij wil vragen of haar werkgever die kosten (vergoeden).
18. Ik verwacht niet dat dat soort kosten wordt (vergoeden).
19. Ik verwacht dat zij bij die toets wel een voldoende resultaat (behalen).


In deze categorie worden nog het langst fouten gemaakt, doordat men de structuur van de samengestelde zin niet goed doorziet. Daarvoor is enige grammaticale kennis nodig.

categorie 6

20. (Vermijden) drukke plekken in deze periode.
21. (Bereiden) zo'n gerecht bij voorkeur in een grote pan.
22. (Houden) u wel aan de maximumsnelheid!


Een gebiedende wijs wordt nogal eens over het hoofd gezien.

categorie 7

23. (Vinden) u dat een goed voorstel?
24. (Kunnen) jij me straks even helpen?
25. Laat even weten of jij dat ook (willen).
26. Ik denk dat zij in zo'n situatie wel (stressen).
27. Ik verwacht dat zij hoog (scoren).


categorie 8

28. Mijn zus (blozen) vroeger heel snel.
29. De kok heeft het vlees twee uur (stoven).
30. Hij heeft die twee soorten (mixen).


Je kunt bij de meeste werkwoorden (als moedertaalspreker Nederlands) gemakkelijk horen of er -te of -de in de verleden tijd komt: werkte, paste, hoorde, belde enz. Het gaat vooral om werkwoorden met een v of een z: stoven, beloven, verhuizen, verbazen enz. Je kunt ook als regel onthouden dat die werkwoorden -de krijgen in de verleden tijd, dat is veel gemakkelijker dan de regel van ’t kofschip. Daarbij wordt vaak de t vergeten, men kijkt voor de laatste letter vaak naar de ik-vorm, in plaats van de infinitief min -en en men verwart letters en klanken.

categorie 9

31. Zij (verrassen) ons toen met een cadeau.
32. Ik (ontmoeten) hen gisteren in het Centraal Sation.


categorie 10

33. Hij (rijden) daar toen veel te hard en kreeg een flinke boete.
34. Na die lange wandeling moest hij toen eerst even (uitrusten).