overige spelling

overige spelling: 36 vragen

categorie 11

Om de regels van de spelling goed te kunnen begrijpen, moet je een aantal termen kennen:

de samenstelling (het samengestelde woord): een nieuw woord opgebouwd uit twee of meer bestaande woorden:

de school + het boekhet schoolboekvrij + tijd + bestedingvrijetijdsbesteding.

 de afleiding:

een woord + een achtervoegsel: school + ing: scholing,
of een voorvoegsel + een woord: on schuld: onschuld;
voor- en achtervoegsel als on- en –ing zijn geen woorden: ze hebben niet zelfstandig betekenis.

de eigennaam: naam van een persoon, instelling, bedrijf, merk, aardrijkskundige naam, naam van een feest- of gedenkdag of historische gebeurtenis:

Wim Jansen, Thomas More Hogeschool, Hema, Apple, Rotterdam, Zuid-Holland, Kerstmis, Goede Vrijdag, Tweede Wereldoorlog.

de soortnaam: Iemand heet Nina (dat is haar ‘eigennaam’), maar je kunt naar deze persoon verwijzen met verschillende soortnamen, want zij is bijvoorbeeld een persoon, een meisje, een studente, een zangeres.

categorie 12

Je komt bij de regels van de spelling ook vaak de volgende termen tegen:

klinkerbotsing: hiermee wordt bedoeld dat er twee (of meer) klinkers achter elkaar komen te staan die samen verkeerd zouden kunnen worden uitgesproken (als je geen hulpteken zou gebruiken):

ruïne, poëzie, vacuüm, na-apen, zo-even.

Bij de spellingwijziging van 2006 zijn drie begrippen nieuw gedefinieerd:

 het initiaalwoord: het afkortingswoord waarbij je de letters afzonderlijk uitspreekt:

sms, (es-em-es), gsm (gee-es-em), hbo (haa-bee-oo).

het letterwoord: een afkortingswoord waarbij je de letters als woord uitspreekt:

pin in pincode, vip in vipbehandeling, havo, pabo.

categorie 13

1. Kies de juiste spelling:
2. Kies de juiste spelling:
3. Kies de juiste spelling:
4. Kies de juiste spelling: